03-07-2021  –  De wollige slawortelluis (Pemphigus bursarius) kan zware groeiremming veroorzaken in de witlofpennenteelt. De populatie bouwt zich op in de maanden juli en augustus. De schade wordt veroorzaakt door het onttrekken van plantsappen aan de zij- en haarwortels van de witlofplant. De wortelluis koloniseert de haarwortels en scheidt daarbij een witte was af die de luis beschermt tegen overmatig water. Met name in een droge periode kan de schade groot zijn. De groeistagnatie kan zo ernstig zijn dat het loof rood verkleurt en afsterft. Hergroei is mogelijk vanuit de reserves van de wortel maar dit betekent ook een aanslag op de drogestof van deze wortel. De kwaliteit en het producerend vermogen van de wortel kan hierdoor fors afnemen. Waardplanten zijn populieren (overwintering), andijvie en slasoorten. Chemische behandeling is alleen mogelijk met neergaand systemische middelen. Beregening is doorgaans niet voldoende, al helpt dit wel de plant zich te herstellen.

Bestrijding met spirotetramat

Bestrijding kan plaatsvinden met producten op basis van de werkzame stof spirotetramat. Spirotetramat is systemisch in twee richtingen. Dit betekent dat de werkzame stof niet alleen opgaand getransporteerd wordt maar dat het middel ook naar de wortel getransporteerd wordt. Voor een optimale werking is het van belang dat de toepassing plaatsvindt op een bijna volgroeid, groeikrachtig gewas. In een groeikrachtig gewas is een actieve sapstroom aanwezig die noodzakelijk is om het middel te transporteren. In een klein gewas zal veel middel verspild worden omdat het niet op de plant terecht komt en het middel dat wel opgenomen wordt zal hoofdzakelijk naar het in omvang toenemende bladapparaat getransporteerd worden. Als gewacht wordt totdat de witlofplant bijna het veld dicht heeft, gaat er weinig middel verloren. Omdat het gewas daarnaast ook zijn maximale omvang bereikt heeft en de plant van bladgroei over gaat naar wortelontwikkeling zal het middel nu voor een groot deel naar de wortel getransporteerd worden. Het effect van de behandeling zal vele malen groter zijn.

Er zijn twee formuleringen verkrijgbaar. Een suspensieconcentraat (SC-formulering) met 100 g/l werkzame stof en een oliedispersie (OD-formulering) met 150 g/l werkzame stof. Gebruik minimaal 300 liter water en bij voorkeur tegen de avond toepassen in verband met een goede opname.

Formulering als oliedispersie (OD)

De middelen met de OD-formulering zijn Movento (in Nederland) en Bandaka en Ultor OD (in Belgie). De oliedispersie (OD-formulering) heeft een sterker indringend vermogen en werkt daardoor feller maar kan agressiever zijn voor het gewas. In Nederland zijn er bovendien restricties met betrekking tot het gebruik van deze formulering. Indien gebruik gemaakt wordt van een veldspuit zijn spuitdoppen met tenminste DRD75% en een kantdop met tenminste DRD75% in combinatie met een teeltvrije zone van 225 centimeter verplicht (zie onder aan dit artikel een volledig overzicht van de toepassingsvoorwaarden voor Movento in Nederland).

Formulering als suspensie concentraat (SC)

De middelen met de SC-formulering zijn Batavia in Nederland en Atta Spirotetramat, Batavia, Movento, Movento 100 SC,  Spirotetrabel en VSM Spirotetramat in Belgie. Het suspensieconcentraat (SC-formulering) is een alternatief voor de oliedispersie (OD-formulering). Deze SC-formulering is zachter voor het gewas en er zijn voor deze formulering geen bijzondere restricties omtrent het gebruik. Daarnaast is het bij deze formulering mogelijk om andere (gewasbeschermings)middelen en (blad)meststoffen te mengen. In een vlot groeiend gewas is deze formulering prima te gebruiken. Alleen na een langere periode van droogte wanneer er een dikkere waslaag gevormd is kan het indringend vermogen te gering zijn. Het is in zo’n geval mogelijk om aan de suspensie een olie toe te voegen als Robbester. Deze zorgt voor een betere indringing, uitvloeiing en hechting op het gewas. Je krijgt op deze wijze eigenlijk de werking van de OD-formulering. Toevoeging van 0,5 liter olie (bv Robbester) geeft al een hoger indringend vermogen van het middel dan de producten op basis van een oliedispersie (OD-formulering).  Voordeel van gebruik van een SC-formulering in combinatie met een olie is dat er geen rekening gehouden hoeft te worden met de eventuele restricties op het etiket van de OD-formulering. bovendien kun je zelf de dosering van de olie bepalen en ben je met zo’n mengsel in de meeste gevallen goedkoper uit dan met de kant en klare OD-formulering. Meng geen andere producten als er ook gemengd wordt met een olie.

Zie voor dosering en toepassingsvoorwaarden het etiket van het betreffende product (of ChicoSystem – vaste gegevens – middelen). Houd in alle gevallen rekening met een lange veiligheidstermijn tot rooien van 50 dagen (Belgie) tot 70 dagen (Nederland).

Beregenen bij langdurige droogte

Wordt u toch overvallen door een wortelluis aantasting onder droge, niet groeizame omstandigheden overweeg dan een beregening alvorens een behandeling toe te passen. Een ondersteuning van het gewas met bladvoeding kan in zulke gevallen ook helpen.

Bijzondere toepassingsvoorwaarden in Nederland voor Movento (OD-formulering)

Om niet tot de doelsoorten behorende insecten/geleedpotigen, bijen en andere bestuivende insecten te beschermen is toepassing van dit middel in de teelt van onder andere witlof uitsluitend toegestaan indien op het gehele perceel gebruikt gemaakt wordt van één van de volgende maatregelen:

Zonder luchtondersteuning:

  • Veldspuit met verlaagde spuitboom in combinatie met spuitdoppen van tenminste DRD50% met een tophoek van maximaal 90˚ en bijbehorende driftarme kantdop met spuitdopafstand 25 cm en spuitdophoogte maximaal 30 cm in combinatie met een teeltvrije zone van 150 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens);
  • Sleepdoek spuitsysteem met spuitdoppen met tenminste druppelgrootte F en een kantdop met tenminste druppelgrootte F bij een spuitdophoogte van maximaal 20 cm in combinatie met een teeltvrije zone van 175 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens);
  • Sleepdoek spuitsysteem met spuitdoppen met tenminste DRD50 en een kantdop met tenminste DRD50% bij een spuitdophoogte van maximaal 20 cm in combinatie met een teeltvrije zone van 150 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens);
  • Tunnelspuit voor beddenteelt (=overkapte beddenspuit) in combinatie met spuitdoppen met een tophoek van 110-120° en tenminste druppelgrootte M en een kantdop aan beide kanten van de spuit met tenminste druppelgrootte M;
  • Veldspuit met spuitdoppen met tenminste DRD75% en een kantdop met tenminste DRD75% in combinatie met een teeltvrije zone van 225 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens).

Met luchtondersteuning:

  • Veldspuit met spuitdoppen met tenminste DRD75% en een kantdop met tenminste DRD75% in combinatie met een teeltvrije zone van 200 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens);
  • Veldspuit met verlaagde spuitboom in combinatie met een spuitdophoogte van maximaal 30 cm met een dopafstand 25 cm en spuitdoppen tenminste DRD 50% met een tophoek van maximaal 90° en bijbehorende driftarme kantdop in combinatie met een teeltvrije zone van 150 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens);
  • Hardi Twin Force luchtondersteunde veldspuit in combinatie met spuitdoppen van tenminste DRD 50% en bijbehorende driftarme kantdop bij een rijsnelheid van maximaal 12 km/u g;
  • Hardi Twin Force luchtondersteunde veldspuit en bijbehorende driftarme kantdop bij een rijsnelheid van maximaal 12 km/u in combinatie met een teeltvrije zone van 225 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens).